SERVICE DUURZAAMHEIDSVERSLAG

De VBDO stelt haar recensies van elk duurzaamheidsverslag van beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen ter beschikking aan P+.

De recensies zijn geschreven door de bedrijfskundige Ernst van Weperen (VBDO).

Voor een volledige beoordeling zie de Transparantiemeetlat 2005.

Nederland telt nu ruim twintig beursgenoteerde ondernemingen met een duurzaamheidsverslag.

In 2005 kwamen er maar liefst zes nieuwe bij. En er wordt hard geleerd, zo blijkt. De resultaten zijn elk jaar beter.

De beste prestatie van 2005 leverde Philips, met het cijfer 7,8. De Rabobank won de ACC Award.

PAGINAPARTNER
P+ biedt elke adverteerder in 2006 een coverafbeelding en gratis link aan naar de digitale versie van het duurzaamheidsverslag op internet.
RAPPORTCIJFERS DUURZAAMHEIDSVERSLAGEN
 
Onderneming en link naar verslag
Rapportcijfer
2004
Rapportcijfer
2005

Nieuw!

Hoger/Lager
1.
7,6
7,8
   
2.
7,6
   
3.
7,0
7,5
   
4.
5,7
7,5
   
5.
6,2
7,5
   
6.
Niet beoordeeld
7,4
   
7.
6,3
7,3
   
8.
6,7
7,2
   
9.
5,9
6,6
   
10.
7,9
6,5
   
11.
-
6,5
   
12.
5,9
6,3
   
13.
3,7
6,0
   
14.
4,1
5,4
   
15.
3,8
5,1
   
16.
-
4,9
   
17.
-
4,7
   
18.
2,9
4,7
   
19.
-
4,3
   
20.
-
4,1
   
21.
-
4,0
   
22.
3,8
3,8
   
23.
Aegon
5,1
3,1
 
  Maximumscore
10,0
  bron VBDO '05
DE RECENSIES

ABN AMRO
AEGON
Ahold
Air France - KLM
Akzo Nobel
ASML
CORUS
CSM
DSM
Fortis
ING
KPN

Numico
Nutreco
OCÉ
Philips
Rabobank
Reed Elsevier
Shell
SNS Reaal
TNT
Unilever
Wolters Kluwer

ABN AMRO: hoogste bank

ABN AMRO heeft in 2005 met succes alle zeilen bijgezet om haar duurzaamheidsverslaglegging synchroon te publiceren met haar financiële jaarverslag. Het verslag is bovendien kwalitatief sterk verbeterd ten opzichte van het verslag van vorig jaar. Positief is de sterk toegenomen aandacht voor ambities en doelstellingen, al moeten algemene uitspraken als "de meeste doelstellingen zijn gehaald" concreter worden geformuleerd. Er worden geen kwantitatieve doelstellingen neergezet voor een bepaalde termijn, terwijl er wel wordt aangegeven dat bepaalde kwantitatieve doelstellingen gehaald zijn. Door de doelstellingen te algemeen te formuleren kunnen de prestaties van de onderneming niet op waarde worden geschat.
De gebrekkige formulering van concrete doelstellingen is met name van toepassing op de milieu-indicatoren. Het ABN AMRO-verslag is een heel goed verslag tot aan het milieu-gedeelte. De resultaten die men presenteert worden namelijk niet toegelicht. Er wordt uitgebreid gesproken over allerlei initiatieven die de bank onderneemt om nog beter te presteren. De kwantitatieve data laten echter zien dat er niet goed wordt gepresteerd op milieugebied. Iets meer bescheidenheid over allerlei initiatieven waardoor men ‘leider is in duurzaamheid’, zou op zijn plaats zijn.
Sterk punt: Wat, net als vorig jaar, een heel sterk aspect van het verslag is, is het delen van de dilemma’s waar ABN AMRO mee geconfronteerd wordt en welke oplossingen zijn gevonden. Tevens geven ze in de formulering van de doelstelling voorbeelden van ideeën die door stakeholders zijn aangereikt. Door stakeholders actief te betrekken bij het opstellen van doelstellingen wordt het verslag interessanter om te lezen. Deze interactieve houding laat zien dat de standpunten van stakeholders serieus genomen worden.

Omhoog naar overzicht

AEGON: lijstduwer

Het verslag van Aegon is teleurstellend, vooral gezien het veelbelovende resultaat van vorig jaar. Het is een opsomming van selectieve data zonder dat er gesproken wordt over het beleid erachter. Bovendien wordt de compleetheid en de nauwkeurigheid van de informatie niet gegarandeerd en maakt Aegon duidelijk dat het bedrijf geen enkele verantwoording neemt voor eventuele schade die voortkomt uit het gebruik van de informatie.
De lezer krijgt geen enkel idee over hoe belangrijk duurzaam ondernemen is voor Aegon. Het meest uitgebreide kwalitatieve stuk is de bijsluiter aan het einde van het verslag. De verklaring van de bestuursvoorzitter dat het concern aandachtig heeft samengewerkt met stakeholders, wordt nergens in het verslag onderbouwd. Belangrijke manco's zijn het gebrek aan externe verificatie, geen beleid richting leveranciers en het ontbreken van doelstellingen.
Over het gebrek aan doelstellingen hanteerde Aegon op de aandeelhoudersvergadering het wel vaker gebruikte argument dat de verschillen tussen de vestigingen in de afzonderlijke landen zo groot zijn, dat het niet mogelijk is om op corporate niveau doelstellingen op te stellen. Een vreemd argument. Andere ondernemingen die wereldwijd actief zijn (Shell, Philips, TNT, etc.) lukt het immers wel om doelstellingen op corporate niveau te formuleren en over de naleving hiervan te rapporteren. De uitspraak van CEO Donald Shepard "our strategy and products are for the long run" wordt dus niet vertaald in concrete (lange termijn) duurzaamheidsdoelstellingen.
Op internet ontbreekt elk spoor van het verslag.

Omhoog naar overzicht

AHOLD: herstel van integriteit

De ‘road to recovery’, namelijk het herstellen van de schade die als het gevolg van boekhoudschandalen in het begin van 2003 ontstond, is één van de dominante aspecten van het Ahold-verslag. Ahold geeft in het verslag duidelijk aan dat het hard op weg is om weer een gezonde onderneming te worden met een stevig fundament. Dat het bedrijf herstellende is, vertaalt zich duidelijk in het duurzaamheidsverslag. De doelstellingen zijn nog zeer abstract en er worden weinig prestatie-indicatoren ondernemingsbreed besproken.
Een belangrijke doelstelling is de herdefiniëring van de rol van Ahold. De historische sterk gedecentraliseerde structuur moet plaats maken voor een geünificeerde structuur. Ahold moet in de toekomst veel meer als één bedrijf door het leven. Dit moet zorgen voor interne cohesie, en een Ahold-cultuur met gezamenlijke waarden waar men trots op is. Daarbij is het ook een belangrijke manier om de interne controle te versterken en daarmee de kans op een mogelijk nieuw schandaal te minimaliseren.
Eén van de pilaren van het herstel is goed bestuur. Ahold heeft alles in het werk gesteld om op dit gebied het vertrouwen te herstellen en lijkt hierin geslaagd.
Binnen dit onderwerp blijft het onderwerp duurzaamheid helaas onderbelicht. In het verslag wordt niet duidelijk welke expertise men in huis heeft op het gebied van duurzaam ondernemen. Ook in de bezoldiging wordt geen variabel deel opgenomen dat het bestuur al dan niet beloont voor de duurzame prestaties. Misschien zijn dergelijke verwachtingen nu nog te vroeg en wil Ahold eerste andere meer traditionele zaken op orde hebben.
CEO Anders Moberg gaf op de aandeelhoudersvergadering overigens ronduit toe dat Ahold sinds 2002 niets nieuws ondernomen heeft op het gebied van duurzaamheid omdat het niet de eerste prioriteit had. Dat was het overleven van Ahold. VBDO kan dat begrijpen als het gaat om typische milieu-aspecten maar niet als het gaat om integriteitsvraagstukken.
Al blijkt het niet direct uit de transparantie-score, er zijn veel positieve aspecten te noemen.

Sterk punt: In dit goed leesbare verslag laat Ahold stakeholders uitgebreid aan het woord en worden er interessante en relevante cases besproken. De stakeholderdialoog mag Ahold nog wel uitbreiden door de resultaten die zijn voortgekomen uit de genoemde dialogen beter toe te lichten en uit te leggen wat er met de input gebeurt.


Omhoog naar overzicht

AIR FRANCE - KLM: voor het eerst samen

Het duurzaamheidsverslag 2004/2005 van Air France - KLM is het eerste gezamenlijke duurzaamheidsverslag na de fusie. Wat meteen positief opvalt is de sector benadering die in het verslag vaak terugkomt. Hiermee wordt bedoeld dat de luchtvaartindustrie als geheel wordt geschetst, alsmede haar functie en impact op de globale economie. Het verhaal zou aan kracht winnen als Air France - KLM tevens de uitdagingen zou toevoegen waar de luchtvaart in het algemeen, en de onderneming in het bijzonder, voor staat. Door alleen maar over de onmisbaarheid en het potentieel van de luchtvaart te praten, wordt het een promotiepraatje en dat gaat ten koste van de geloofwaardigheid. Hiermee wordt wel meteen duidelijk is wat het verschil is tussen de economische dimensie en de financiële dimensie van een duurzaamheidsverslag. Er wordt bijvoorbeeld in de sectorschets gesproken over grote carrière-mogelijkheden en groeipotentieel in de luchtvaartindustrie. Later spreekt Air France - KLM over het verlies van een groot aantal banen binnen de eigen onderneming. Dat vraagt dan wel om uitleg.
De ‘key indicators’ worden duidelijk en overzichtelijk in diverse diagrammen gepresenteerd. Dit is echter slechts een eerste stap. De overzichten dienen vervolgens ook kwalitatief toegelicht te worden. Deze toelichting ontbreekt nu nog. Bovendien missen nog de korte en lange termijn doelstellingen, waardoor het moeilijk wordt om de prestaties in volgende jaren te kunnen evalueren. Pas dan kan de stakeholder zich een beeld vormen over de duurzaamheidsprestaties van Air France - KLM. Gezien het feit dat dit het eerste gezamenlijke verslag is worden doelstellingen voor volgend jaar als belangrijke toevoeging beschouwd.
Sterk punt: Een sterk punt van het verslag is de uitgebreide bespreking van de kernonderwerpen, de onderwerpen die in de luchtvaartindustrie momenteel belangrijk zijn. Een onderwerp dat, vooral na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS zeer belangrijk is, is veiligheid. Wat ook hier tegenvalt, is het ontbreken van neutraliteit. Het lijkt de VBDO namelijk een dilemma om aan de ene kant de veiligheid van klanten, medewerkers en anderen te garanderen en aan de andere kant de privacy van passagiers te respecteren.

Omhoog naar overzicht

AKZO NOBEL: hoogste nieuwkomer

Akzo Nobel is één van de nieuwkomers in de gestaag groeiende groep van ondernemingen die een duurzaamheidsverslag uitbrengen. Alhoewel herintreder eigenlijk een betere term is: in het verleden stond Akzo Nobel immers bekend om haar grondige milieuverslaglegging, maar daar is sinds 2001 gedurende drie jaar nauwelijks aandacht aan besteed.
Het duurzaamheidsverslag van Akzo Nobel is een zeer degelijk verslag waaruit duidelijk blijkt dat MVO niet voor het eerst op de agenda staat. Het verslag heeft een hoge mate van neutraliteit wat de geloofwaardigheid ten goede komt. Akzo Nobel heeft door het gehele verslag kaders ingevoegd met onderwerpen die als belangrijk zijn geïdentificeerd. Door de veelheid aan kaders en de manier waarop de foto’s midden in de teksten zijn geplaatst, leest het verslag af en toe wat onrustig. Ook verdient een aantal onderwerpen in deze kaders het om verder te worden uitgewerkt in de hoofdtekst.
Het milieuverslag is voldoende van kwaliteit, maar er is nog ruimte voor verbetering, vooral gezien de milieubelastende bedrijfstak waarin Akzo Nobel opereert. De belangrijkste indicatoren zijn wel uit de tekst te halen maar overzichtelijk is het niet. Bij slechts drie hoofdindicatoren is grafische ondersteuning gebruikt, namelijk bij herbruikbaar afval, lozingen op oppervlaktewater en emissies van VOC (volatile organic compounds). Het verdient aanbeveling om ook bij zaken als CO2 -uitstoot en watergebruik grafische ondersteuning te gebruiken. Een positief element is dat de doelstellingen voor 2005 worden aangegeven. Ook wordt er een kwalitatieve uitleg bij gegeven.
Sterk punt: Akzo Nobel bespreekt onder andere de benchmark van de Dow Jones Sustainablity Index waar het bedrijf informeel in heeft geparticipeerd. Akzo Nobel wil binnen enkele jaren hoog staan in deze index en zichg dus meten met de besten, zoals BASF en DSM. Die ambitie is prikkelend.
Een ander positief aspect is de aandacht voor duurzaam ketenbeheer. Akzo Nobel wil per 2005 tachtig procent van de inkoop realiseren bij leveranciers die voldoen aan het leveranciersbeleid van Akzo Nobel. De VBDO is benieuwd naar de wijze waarop Akzo Nobel hierover verslag gaat uitbrengen in haar volgende duurzaamheidsverslag.

Omhoog naar overzicht

ASML: geen beweging

De kritiek van vorig jaar op de duurzame rapportage van ASML is dit jaar wederom van toepassing. Er is nagenoeg geen progressie. De belangrijkste vraag is daarom wat de nieuwe bestuursvoorzitter Eric Meurice van plan is om te gaan doen op het gebied van duurzame verslaglegging.
ASML publiceert twee afzonderlijke rapporten (social report en EHS report) plus een ‘set of business principles’. Deze moeten alle drie worden meegewogen om de duurzaamheidsprestaties van ASML op waarde te kunnen schatten. Dit alles duidt niet op een geïntegreerde kijk op duurzaam ondernemen. Met name het ‘social’ report heeft weinig tot geen toegevoegde waarde voor stakeholders. Integratie van de verslagen is daarom een voor de hand liggende optie. Bij het gebrek aan duidelijke doelstellingen op rapportagegebied, blijft het ook hier gissen of ASML de intentie heeft om de verslagen te integreren. Daarnaast maakt ASML niet zichtbaar gebruik van de GRI-richtlijnen en is het niet duidelijk of de intentie er wel is om dit in de nabije toekomst te gaan doen.
Sterk punt: De ‘principles of ethical business conduct’ van ASML zijn in orde. Het hebben van een degelijke code is echter niet voldoende. Het is tevens belangrijk om te laten zien hoe deze code geïmplementeerd is in de onderneming en welke systemen er zijn die er voor zorgen dat de principles nageleefd worden. Een volgende stap is dan om er op toe te zien dat de code nageleefd wordt bij leveranciers. Financieel directeur Peter Wennink legde op de aandeelhoudersvergadering uit dat het leveranciersbeleid (namelijk dat alle leveranciers moeten voldoen aan de ASML gedragscode) in werking is getreden in 2004, maar dat resultaten nog niet beschikbaar zijn. Wel is deze eis ook opgenomen in lange termijn afspraken met leveranciers.

Omhoog naar overzicht

CORUS: inzicht in processen

Corus heeft haar ‘Health, Safety en Environment report’ (HSE report) uitgebreid naar een ‘Corporate Responsibility Report’. De belangrijkste uitbreiding is dat sociale en ethische onderwerpen zijn toegevoegd. Corus zegt de GRI-richtlijnen te hanteren, maar heeft geen GRI-index toegevoegd. Dit bemoeilijkt de analyse.
Ondanks het feit dat het verslag is uitgebreid, ligt de nadruk in het sociale gedeelte nog op 'Health and Safety'. Met gepaste trots meldt Corus dat de werktijd die verloren is door ongelukken met de helft is gedaald het afgelopen jaar.
Corus evalueert haar leveranciers met als doel de keten groener te maken. Op het gebied van mensenrechten lijken er geen controles plaats te vinden. Het eigen beleid op dit gebied laat ook nog te wensen over, althans wat betreft de rapportage. Ook Corus ziet in deze manco’s verbeterpunten.
Sterk punt: De milieurapportage behoort tot de top in dit onderzoek en is vaak zeer gedetailleerd. Alleen de visie van Corus op de impact van de onderneming op de biodiversiteit is matig. De illustratie op pagina 18 van het verslag waar een stukje bos met een vogelhuisje te zien is maakt deze visie niet duidelijker. Door het onderwerp te noemen erkent Corus echter wel dat ze een impact heeft en daarmee is ze al een stuk verder dan de meeste ondernemingen.
Als het gaat om het formuleren van doelstellingen kan Corus ook als voorbeeld gelden voor veel ondernemingen. Ze worden overzichtelijk en bondig gepresenteerd en er wordt een korte interpretatie gegeven van de status. Corus zou dit onderdeel nog meer structuur kunnen geven door een betere indeling.
De laatste doelstelling, die Corus heeft opgenomen in het verslag beschrijft de Product Life Cycle (PLC) studies die Corus doet. De (PLC) methode is een zeer handig middel om de stakeholders een overzicht te geven van de processen die gaande zijn in een onderneming. Japanse ondernemingen, die op het gebied van milieurapportage tot de absolute wereldtop behoren maken regelmatig gebruik van dit gereedschap. Het verdient aanbeveling dat Corus dit middel meer gestructureerd gaat gebruiken voor toekomstige verslaglegging. Zeker gezien het feit dat ze voor 88% van haar producten inmiddels de Life Cycle Data beschikbaar hebben.


Omhoog naar overzicht

CSM: eerste aanzet

CSM heeft dit jaar voor het eerst een duurzaamheidsverslag gepubliceerd. Het is een bondig document geworden en een goede eerste aanzet.
Er is een aantal elementen dat relatief zwaar weegt in dit onderzoek en die door het CSM worden onderbelicht. CSM geeft deze tekortkomingen overigens ook royaal toe. De belangrijkste elementen die in toekomstige verslaglegging verwacht worden, zijn een uitgebreide bespreking van het ketenbeheer, de externe verificatie van het verslag en de formulering van doelstellingen.
Wat wel besproken wordt, maar nog in onvoldoende mate, is de corporate governance. Hierbij moet worden aangetekend dat dit een structureel gemis is bij het overgrote merendeel van de onderzochte ondernemingen. De meeste ondernemingen refereren aan de Code Tabaksblat in de rapportage over de bestuurlijke organisatie. Wat niet genoemd wordt is hoe duurzaamheid geïntegreerd is in het bestuur. Hierbij kan men denken aan de mate van expertise op het gebied van duurzaamheid, die in de top van de onderneming aanwezig is. Maar ook aan de rol van duurzame prestaties in de bezoldiging. Gezien het vroege stadium van de verslaglegging heeft dit element bij CSM geen prioriteit, maar het is wel het overwegen waard voor toekomstige publicaties.
Een ander element dat slechts beperkt wordt besproken, is de resultaten van de gesprekken met stakeholders. Slechts in de case-studie die de werknemerstevredenheid bespreekt, wordt er deels duidelijk dat de stakeholder-dialoog gebruikt wordt in toekomstige beslissingen. Uit deze studie heeft CSM geleerd beter te communiceren met de eigen werknemers over de toekomstplannen van het bedrijf. Een dergelijke aanpak mag CSM in volgende publicaties uitbreiden naar andere stakeholders. Het wordt bovendien als positief ervaren als het bedrijf praktische voorbeelden geeft van de dialoog met stakeholders. Dit zorgt ervoor dat het verslag een interactief karakter krijgt.

Omhoog naar overzicht

DSM: on top of the world

DSM is door de Dow Jones Sustainability Index in september 2005 uitgeroepen tot het meest duurzame chemiebedrijf ter wereld. Ook dit jaar behoort het verslag van DSM tot één van de beste duurzaamheidsverslagen van de onderzochte ondernemingen. Het verslag van DSM laat een lichte verbetering zien ten opzichte van vorig jaar. Het verslag heeft wederom duidelijke structuren zoals de people, planet, profit indeling, maar ook de multi stakeholder benadering (ondersteunt door verschillende belanghebbende aan het woord te laten).
De grote kracht van het verslag ligt in de hoge mate van neutraliteit. DSM beschrijft trots de positieve prestaties maar geeft ook aan dat er nog voldoende ruimte is voor verbetering. Neutraliteit is een essentieel ingrediënt om een verslag geloofwaardig te maken.
De bespreking van het thema ‘ketenbeheer’ is dit jaar ook verbeterd. DSM heeft in 2004 de ’Sustainability Issue Tracker’ (SIT) geïntroduceerd. De SIT verschaft business-groepen die ‘Business Strategy Dialogues’ (BSD) uitvoeren, een analytisch kader waarbinnen ze ‘key issues’ kunnen formuleren en prioriteiten kunnen stellen, de potentiële impact van die issues op waarde kunnen schatten en pro-actieve scenario’s kunnen ontwikkelen. Door expliciet humane- en milieuaspecten door de gehele keten te overwegen kan men reageren op mogelijkheden en risico’s. Omdat de uitvoering van dit systeem nog maar net van start was gegaan, blijft het in dit DSM-verslag voornamelijk bij een theoretische beschrijving. Concrete resultaten van de uitwerking van deze systematiek zullen in de toekomst het verslag aantrekkelijker maken.
In het duurzaamheidsverslag komt ook de HSE-manager aan het woord. Hij geeft zijn mening over de duurzaamheidscultuur bij DSM. Als verbeterpunt noemt hij dat DSM duidelijkere doelstellingen zou kunnen formuleren en communiceren. Aangetekend moet worden dat de milieu-doelstellingen wel zijn opgenomen in het verslag. Dit is een goede aanzet, maar ook DSM vindt dat ze uitgebreid mogen worden. Bovendien kunnen er op dezelfde manier sociale targets geformuleerd worden en doelstellingen op financieel- economisch gebied. Er is veel aandacht voor de reorganisatie het afgelopen jaar. Het is echter veelal beschrijvend. Zo heeft DSM het over hun participatie in het ‘work to work’ programma waarin zij samen met sociale partners naar oplossingen zoekt in de vorm van overplaatsingen, omscholing en detachering. Er wordt echter niet gesproken over de effectiviteit van het programma (hoeveel procent van de ontslagen mensen heeft werk gevonden).
Sterk punt: Wat betreft corporate governance loopt DSM voor op de meeste andere ondernemingen, zo bleek uit onderzoek van de VBDO in het voorjaar van 2005. CEO Peter Elverding wordt namelijk bij het bepalen van de hoogte van zijn beloning gedeeltelijk afgerekend op duurzaamheidsprestaties van de onderneming. Samen met TNT geeft DSM op dit punt het positieve voorbeeld.

Omhoog naar overzicht

FORTIS: iedereen het woord

Fortis brengt dit jaar voor het eerst een onafhankelijk duurzaamheidsverslag uit. Dat Fortis zich duidelijk wil profileren als duurzame onderneming blijkt niet alleen uit de presentatie van het duurzaamheidsverslag. Fortis heeft ook een grote invloed gehad op de groei van het duurzaam belegde vermogen in Nederland door een aantal van haar fondsen aan te passen waardoor ze voldeden aan de eisen van de Dow Jones Sustainablity Index.
Fortis heeft haar doelstellingen geformuleerd middels ‘de agenda 2006’. Erg concreet worden deze doelstellingen niet, behalve dat in 2012 een kwart van de top uit vrouwen moet bestaan.
De corporate governance wordt redelijk uitgebreid besproken. Het is duidelijk hoe duurzaamheid geïntegreerd is en/of gaat worden in top van de onderneming. Tevens is het duidelijk wie binnen de top verantwoordelijk is voor het duurzame beleid. Het wordt echter niet duidelijk welk proces voorafgegaan is aan het bepalen van de geschiktheid van de persoon in kwestie, welke expertise deze persoon tot de meest geschikte kandidaat maakt. Ook is het niet duidelijk of de verantwoordelijkheid vertaald wordt in de bezoldiging.
De neutraliteit kan verbeterd worden. Rapporteren over duurzame prestaties staat nog in de kinderschoenen bij Fortis. Zo zou Fortis niet alleen de successen aan bod moeten laten komen, maar ook de uitdagingen. Een andere belangrijke tekortkoming is het ontbreken van een beschrijving van de duurzaamheidsdilemma´s die Fortis tegenkomt in haar bedrijfsvoering. Welke beslissingen worden genomen bij kredietverlening en vermogensbeheer en hoe spelen duurzaamheidscriteria in deze beslissingen mee?

Sterk punt: Het verslag heeft een heel duidelijke stakeholder structuur. Per hoofdstuk wordt er uitgebreid stil gestaan bij de relatie die Fortis onderhoudt met haar stakeholders. Het is duidelijk geworden uit benchmark-studies van de afgelopen jaren dat een dergelijke structuur zich uitstekend leent voor dienstverlenende instanties die een duurzaamheidsverslag willen uitbrengen. Door verschillende stakeholders aan het woord te laten en te laten zien wat er gedaan wordt met de resultaten van de dialoog, wordt het verslag interessanter om te lezen.

Omhoog naar overzicht

ING: reputatiegevoelig

ING heeft zich in haar verslaglegging verbeterd ten opzichte van vorig jaar. De verbetering in de score is deels te verklaren door de verbetering in kwantiteit en kwaliteit van de informatie en deels door het feit dat de beoordelingsmethode verfijnd is. Bepaalde aandachtsgebieden, waaronder ketenbeheer, de formulering van doelstellingen en de benadering van stakeholders, zijn verder uitgewerkt.
De structuur van het verslag is nagenoeg gelijk gebleven. ING heeft opnieuw gekozen voor de multi-stakeholder aanpak. Het concern heeft een aantal stakeholders geïdentificeerd en bespreekt per hoofdstuk de relatie die men onderhoudt met iedere stakeholder. Dit gebeurt veelal beschrijvend. De resultaten van de interactie met stakeholders worden niet duidelijk.
Er ligt een sterke nadruk op corporate risk en reputatie; op een preventieve aanpak om de kans op eventuele schade aan de reputatie te minimaliseren. Duurzaamheid komt, met andere woorden, nog niet over als een ‘way of life’.

Het gevoel dat duurzaamheid nog niet echt geïntegreerd is, wordt echter versterkt bij analyse van de corporate governance. Het wordt niet duidelijk hoe duurzaamheid is geïmplementeerd in de top van de onderneming. In het verslag wordt de Code Tabaksblat aangehaald. Er wordt gesproken over de duale structuur van het bestuur en er staat dat de aandeelhouders tevreden zijn met de resultaten. Maar hoe duurzaamheid is geïntegreerd in het bestuur, welke expertise er aanwezig is en of een deel van de variabele beloning wel of niet afhangt van de duurzame prestaties van de onderneming, wordt niet duidelijk. Overigens gaat deze kritiek op voor veel bedrijven in dit onderzoek.
Sterk punt: De manier waarop de doelstellingen worden gepresenteerd, is zeer positief en biedt een enorm potentieel. Met potentieel wordt bedoeld dat ‘het format’ uitstekend is maar dat een aantal doelstellingen nog concreter kunnen worden gemaakt. Tevens komt het de neutraliteit ten goede als men de ‘2004 achievements’ veranderd in het neutralere ‘de status van de doelstellingen in 2004'. Deze laatste titel is completer en geeft de ruimte om ook te rapporteren over die onderdelen van het duurzaamheidsbeleid waarop minder goed gepresteerd wordt. Het lijkt misschien een subtiel verschil, maar het geeft een belangrijk punt van kritiek aan in de verslaglegging van de ING. De neutraliteit is matig doordat de vele positieve prestaties de uitdagingen, die de ING vast en zeker ook heeft, volledig overvleugelen.
ING heeft dit jaar een interactieve ‘flash versie’ van het duurzaamheidsverslag op de website gelanceerd. Het is een interessant concept dat nog wel wat aandacht verdient om het echt een toegevoegde waarde te geven.

Omhoog naar overzicht

KPN: degelijk

KPN heeft in navolging van vorig jaar een degelijk verslag geproduceerd, conform de GRI-richtlijnen. Vooral de milieu- en economische rapportages zijn positief. De strategie van KPN heeft de afgelopen jaren in het teken gestaan van herstel, namelijk de reductie van de immense schuld. Het is KPN er blijkbaar veel aan gelegen om hun stakeholders, en dan met name aandeelhouders, te laten zien dat KPN weer een gezonde onderneming is. Ter ondersteuning noemt KPN de relatief goede ratings van de vooraanstaande ratingbureaus zoals Moody's en Standard & Poor's.
Het hoofdstuk over corporate governance is een kopie geworden van de Code Tabaksblat waaraan een snufje KPN is toegevoegd. De link tussen corporate governance en duurzaamheid ontbreekt volledig. Hierin bevindt KPN zicht echter in goed gezelschap daar het overgrote deel van ondernemend Nederland dit niet invult. De GRI-indicator die de link tussen bestuursbeloningen en de prestaties van de organisatie op financieel en niet-financieel gebied bevraagt, is ook bij KPN niet ingevuld.
Op het onderdeel personeelsbeleid komt het verslag nogal technisch over. Er wordt bijna terloops genoemd hoeveel fte’s zijn weggesneden. Grootschalige herstructurering kan nodig zijn, maar het getuigt wel van goed sociaal beleid als ontslagen werknemers actief begeleid worden in het vinden van een nieuwe baan. Het is niet duidelijk of KPN dit doet. KPN weet verder te vertellen dat er prestatiebeloning is ingevoerd. De loonsverhoging van medewerkers is afhankelijk van de prestaties in het jaar daarvoor. Het maximum van de resultaatbeloning is 5,5 procent. De vraag rijst dan natuurlijk of dit ook geldt voor de top van de onderneming.
Sterk punt: KPN behoort tot de absolute top als het gaat om de profit-rapportage, het is bondig en overzichtelijk gepresenteerd en bevat nagenoeg alle GRI-kernindicatoren. Door een matig invulling van de economische indicatoren door het GRI is een overzicht zoals KPN het presenteert het beste wat verwacht kan worden. Ook het milieuverslag behoort tot de top in de huidige duurzame verslaglegging.

Omhoog naar overzicht

NUMICO: Lest bijna allerbest

Het was alweer bijna 2006, toen Numico op de valreep het duurzaamheidsverslag 2004/2005 openbaar maakte. En wat voor verslag! Was Philips niet zo goed en alweer ervaren geweest, dan was Numico van niets op nummer 1 terecht gekomen. Dat is tot nu toe nooit eerder voorgekomen.
Numico is een middelgrote Nederlandse multinationale onderneming met haar hoofdkantoor op Amsterdam Schiphol. De onderneming is gespecialiseerd in voeding voor de meer kwetsbare bevolkingsgroepen waaronder baby’s, bejaarden en zieken. Nutricia is het bekende consumentenproduct. De bestuursvoorzitter stelt terecht in de inleidende teksten dat vertrouwen vaak langzaam gewonnen wordt en soms snel weer wordt verloren. Deze uitspraak lijkt, mede gezien de markt waarin men opereert voor weinig onderneming meer van toepassing dan Numico. Een reputatie van een duurzame en transparante onderneming die kwaliteit hoog in het vaandel heeft staan is van levensgroot belang voor Numico. Het is daarom verrassend dat het eerste duurzaamheidverslag dergelijk lang op zich heeft laten wachten, maar het is zeer positief dat het er is.
Na een aantal toezeggingen en aankondigingen was het dan zover. Pas in oktober 2005 kwam Numico voor het eerst met een duurzaamheidverslag. Het uitstel van de eerste publicatie heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ze alles eerst in orde wilde hebben want het is een buitengewoon duidelijk en goed gebalanceerd verslag geworden. Het begin van het verslag komt weliswaar nog wat druk en populistisch over, maar verbetert daarna snel.

Het verslag is met gebruik van de GRI Richtlijnen samengesteld en laat zien dat de veel voorkomende klacht van critici, namelijk dat het maken van een verslag steeds meer op een invuloefening van indicatoren begint te lijken, ongegrond is. De compleetheid van het verslag zorgt ervoor dat de kernactiviteiten een betere basis hebben om uitgebreid besproken te worden. Het feit dat ze dergelijk compleet en overzichtelijk de cijfers kunnen presenteren in het verslag zegt ook indirect dat ze een goed systeem in plaats hebben en dat ze weten wat er speelt in de onderneming en daarbuiten.
Het verslag heeft een duidelijke triple P (People, Planet, Profit) structuur en per ‘P’ worden de hoogtepunten van het gerapporteerde jaar belicht. Tevens worden er per 'P' drie KPI’s (Key Performance Indicators) geïdentificeerd waar Numico zich de komende tijd op zal gaan richten. Deze kunnen naar de zin van de VBDO in de toekomst wel wat concreter worden geformuleerd, maar voldoen in ruime mate aan de verwachtingen die men van een eerste verslag kan hebben.
Numico is voor de kwaliteit van haar eigen product natuurlijk sterk afhankelijk van de kwaliteit van de grondstoffen die men inkoopt bij derden. Het is daarom zeer positief dat ze uitgebreid stil staan bij de leveranciers. Men heeft een complete Code of Conduct voor leveranciers die, los van de eveneens gepubliceerde Code of Conduct voor werknemers, uitgebreid behandeld wordt in het verslag. Het belang van de Code of Conduct voor suppliers wordt nog groter nu Numico sterk aan het uitbreiden is in Azië.

Sterk punt: Een buitengewoon goed eerste verslag. De compleetheid van de data laat zien dat Numico een goed controle systeem geïmplementeerd heeft. Transparantie is van vitaal belang voor Numico, mede gezien de markt waarin men opereert, en het duurzaamheidverslag bevestigt dat men dit heeft onderkend. Men zou de ambitie van meer structurele stakeholder dialoog en betrokkenheid kracht bij kunnen zetten door meer open stakeholders te betrekken bij de uitdagingen waar de onderneming voor staat.

Omhoog naar overzicht

NUTRECO: stapje terug

Nutreco stond in 2004 in het teken van een strategiewijziging. In het strategisch plan ‘Rebalancing for growth’ maakt Nutreco duidelijk dat de komende jaren, nog meer dan daarvoor, de focus gelegd gaat worden op visvoer en diervoeding. Nutreco stoot de activiteiten in de vleesfokkerij af en brengt de viskweek divisie onder in een aparte onderneming, Marine Harvest. Hiermee wordt meteen het reputatierisico voor een groot deel afgedekt, want deze divisies zijn het meest mediagevoelig voor wat betreft duurzaamheidsaspecten.
Nutreco scoort dit jaar minder hoog dan vorig jaar. Dat is voornamelijk het gevolg van de verzwaarde weging door de VBDO van een aantal punten die juist bij Nutreco onderbelicht zijn. Zo ontbreekt de externe verificatie. Met het volwassen worden van de duurzame verslaglegging krijgt de externe verificatie een steeds belangrijkere rol. Dit punt werd vorig jaar ook al genoemd, maar er is door Nutreco niets mee gedaan.
Een ander punt van kritiek, dat vorig jaar ook werd genoemd, is het ontbreken van concretisering van de doelstellingen. Dit is zeker belangrijk nu Nutreco een ingrijpende koerswijziging ondergaat. De stakeholders willen duidelijkheid en een belangrijke manier om duidelijkheid te verschaffen, is het formuleren van concrete doelstellingen die de strategische koerswijziging duidelijk maken. Wanneer in het verslag wel doelstellingen worden vermeld, zijn ze niet gehaald (bijvoorbeeld 71% van vestigingen beschikt over watermanagementsysteem – doel was 100%) of zijn ze onduidelijk doordat referentie- en eindjaar ontbreekt.
Een ander punt waar Nutreco aandacht aan moet besteden, zijn de sociale eisen die worden gesteld aan leveranciers. Dit onderwerp wordt steeds belangrijker omdat Nutreco de aanwezigheid in ontwikkelingslanden wil gaan vergroten als gevolg van de nieuwe strategische koers.
De economische activiteiten zijn in het duurzaamheidsverslag nagenoeg geheel weggelaten. Daarvoor wordt verwezen naar het financiële jaarverslag. Het is juist het geïntegreerde geheel van ‘people, planet en profit’ dat een duurzaamheidsverslag volledig maakt. Tot slot: de presentatie van de GRI-index is te algemeen en af en toe inconsistent.
Al deze kritische noten doen niet af aan het feit dat Nutreco nog steeds een heel sterk duurzaamheidsverslag heeft. Daarbij dient bijvoorbeeld rekening gehouden te worden met de relatief kleine omvang van het bedrijf en de complexe sector waarin het opereert.

Sterk punt: Nutreco heeft een hele sterke balans gevonden in het rapporteren over zowel de successen als de uitdagingen. Dit heeft een sterk positieve invloed op de neutraliteit en indirect daarmee op de transparantie van het verslag. Het concern identificeert en bespreekt onderwerpen die specifiek zijn voor de onderneming, maar besteedt ook uitgebreid aandacht aan zaken die belangrijk zijn voor alle ondernemingen, zoals milieu en mensenrechten. Ook gaat Nutreco uitgebreid in op de keten en laat het zien dat de stakeholders betrokken worden bij het vinden van oplossingen voor dilemma’s (zoals de discussie over soja, een belangrijk ingrediënt voor vis en veevoer). De VBDO complimenteert Nutreco met het systeem dat zij heeft ingevoerd voor de beoordeling en controle van leveranciers, Nutrace.

Omhoog naar overzicht

OCÉ: topper van transparantie

Océ heeft in haar verslaglegging de afgelopen jaren gekozen voor een rustige opbouw. De scope van het verslag werd gestaag uitgebreid. Het is, in navolging van 2003, weer een zeer degelijk verslag geworden. De onderliggende filosofie van Océ is dat het bedrijf de interesse van alle stakeholders op een gebalanceerde manier wil dienen. Deze filosofie is terug te vinden in het verslag dat per hoofdstuk uitgebreid verhaalt over de relatie van Océ met één van haar stakeholders.
Océ formuleert in het begin van het verslag op overzichtelijke wijze ambities en strategie. Het is zeer positief dat daaraan ook meteen strategische doelstellingen worden verbonden. Veel van de doelstellingen worden nog zeer algemeen geformuleerd, maar dat kan verklaard worden door hun strategische aard. Een volgende stap is om de strategische doelstellingen zoveel mogelijk te vertalen in concrete doelstellingen. Vooral de formulering van de milieudoelstellingen laat te wensen over. Een daarop volgende stap is om per doelstelling een verwijzing toe te voegen naar het deel van het verslag waar deze uitgebreider behandeld wordt. De opzet zoals die er nu ligt is echter zeer bemoedigend en in deze Transparantie Meetlat één van de beste.
De enige smet op het verslag is het ontbreken van een externe verificatie, iets wat in het VBDO-recensies van dit jaar een zwaardere weging heeft. Het vermoeden is dat de financiële belasting van een verificatie door derden te zwaar is voor een relatief kleine onderneming.

Sterk punt: De economische indicatoren worden op creatieve en overzichtelijke wijze voorgelegd. De verschillende indicatoren worden per stakeholder toegelicht. Ook hier geldt weer dat de structuur uitstekend is en als voorbeeld kan dienen voor andere ondernemingen in dit onderzoek. Op gebied van transparantie is het verslag een topper.

Omhoog naar overzicht


PHILIPS: nummero uno

Het niveau dat Philips jaar op jaar haalt in haar duurzaamheidsverslaglegging blijft hoog. Ook het ‘dedicated sustainability’ verslag 2004 is weer van een hoog niveau. Zowel de positieve als negatieve kritiek is vergelijkbaar met vorig jaar. Als het gaat om beleid, systemen, charts en grids, is Philips met voorsprong de beste.
Concrete resultaten en hoe deze gebruikt worden zijn minder evident. Ter illustratie een fragment uit het verslag dat een bijeenkomst met leveranciers bespreekt: "Philips heeft in 2004 voor het eerst een leveranciersforum gehouden. In het evenement met de naam Partners voor Growth werden twintig key partners geselecteerd. Tijdens deze bijeenkomst werd door de bestuursvoorzitter de strategische richting van Philips voorgelegd. De leveranciers waren positief en noemden het extreem nuttig".
De VBDO vindt het zeer positief dat Philips een dergelijk initiatief neemt. Het is ook mooi dat het positief ervaren is. Het is echter niet duidelijk wat de concrete resultaten van de bijeenkomst waren, waarom de leveranciers het ‘extremely beneficiary’ vonden en wat Philips met de resultaten gaat doen (zodra die beschikbaar zijn). Momenteel worden trouwens 2800 grote leveranciers van Philips gecreend op duurzaamheid. Op de aandeelhoudersvergadering zegde CEO Gerard Kleisterlee toe dat Philips in de toekomst ook naar de tweede lijns leveranciers (de leveranciers van een leverancier) gaan kijken bij eerstelijns leveranciers die veel uitbesteden.

Het verslag scoort matig bij het formuleren van concrete doelstellingen. Het is vreemd dat Philips wel doelstellingen heeft op milieugebied (middels het programma Ecovision) maar dat deze niet overzichtelijk gepresenteerd worden. Het is tevens lastig om de prestaties van Philips kritisch te evalueren, mede omdat Philips dat zelf ook niet doet. Als er gesteld wordt dat het totaal aan gevaarlijke stoffen met ruim zestig procent is gedaald, dan is dit uitstekend als de doelstelling twintig procent was, maar slecht als het doel negentig procent was. Bovendien kan het in het extreme als een daling van honderd procent worden gepresenteerd indien Philips alles zou uitbesteden. Dit soort zaken moet duidelijk worden in het verslag.
Sterk punt: De strategische richting wordt bondig en overzichtelijk gepresenteerd in het verslag. Philips identificeert een groot aantal trends op verschillende gebieden (demografisch, maatschappelijk, sociaal, etc.). Vervolgens worden de kwesties geïdentificeerd die een rol spelen in deze trends. Tot slot wordt een strategische respons beschreven van Philips op de kwesties. Het is interessant om te lezen hoe een visie wordt vertaald en concreet wordt gemaakt in de strategie van de onderneming. Een voorbeeld hiervan is de vergrijzing in Europa. Daar reageert Philips op door grote investeringen te doen in de markt van gezondheidsproducten. Een ander voorbeeld is de globalisering van de markten en de noodzaak om, als gevolg hiervan, een goed leveranciersbeleid te hebben. Deze hoofdstukken hebben zelfs een duidelijke toegevoegde waarde voor duurzaamheidsverslaglegging in het algemeen.

Omhoog naar overzicht

RABOBANK: op internet beter

De Rabobank heeft een printversie en een internetversie van het duurzaamheidsverslag gepresenteerd. De printversie lijkt geschreven voor stakeholders die iets meer willen weten over duurzaamheid bij de Rabobank en leent zich niet voor deze recensie. Het is grotendeels een kwalitatieve beschrijving van dilemma’s die de Rabobank heeft en hoe deze worden aanpakt. De Rabobank beschrijft, als beste in haar sector, de maatschappelijke uitdagingen waar men ‘in Nederland’ mee geconfronteerd wordt. Hierbij kan men denken aan zaken als een verder uitbreidende multiculturele samenleving, de vergrijzing en het file-probleem.
De internetversie is een zeer uitgebreide versie die ‘in accordance’ met de GRI-richtlijnen 2002 is opgesteld en dus wel bruikbaar, want het is compleet en evenwichtig.
Het verslag gaat tamelijk uitgebreid in op de doelstellingen van de onderneming. Bovendien wordt beschreven of de doelstellingen wel of niet gehaald zijn. De bank heeft overigens in 2003 voor het eerst ervaring opgedaan met het formuleren van concrete doelstellingen en het meten van behaalde resultaten. De Rabobank ziet dit als een belangrijke verbeterslag en dat is ook zo. Maar het kan nog beter als het al dan niet halen van de doelstellingen kritisch zou worden geëvalueerd.
Sterk punt: De neutraliteit is in orde. Er is een gezonde balans tussen positieve en minder positieve informatie. Zo behandelt het verslag uitgebreid allerlei klachten van ngo’s. Ook het beleid ten aanzien van leveranciers en de externe verificatie lijkt in orde. Eventueel ontbrekende elementen in het verslag worden grotendeels opgevangen middels doelstellingen. Om uit papierbesparing het internetrapport 'dikker' te maken dan het papieren rapport is een sterk staaltje van consequent handelen.

ACC Award: Het maatschappelijk verslag van de Rabobank Groep is uitgeroepen tot winnaar van de Accountancy Award 2005. De Rabobank heeft deze ACC Award op 24 november ontvangen uit naam van Karien van Gennip, staatssecretaris van Economische Zaken. De ACC Award wordt jaarlijks uitgereikt door de Vereniging voor Milieu-Accountancy (VMA) en het NIVRA, de beroepsorganisatie van registeraccountants.
Het maatschappelijk verslag van de Rabobank Groep is een internetverslag, dat naar het oordeel van de jury zeer hoog scoort qua volledigheid van informatie. Ondanks de omvang is het goed leesbaar. Het verslag heeft een duidelijke structuur; resultaten en doelstellingen worden per hoofdstuk uiteengezet, zodat de lezer snel inzicht krijgt in de gemaakte vorderingen. Sterke punten in het verslag zijn verder de beschrijving van de inbedding van MVO in de organisatie en de beschrijving van de activiteiten in ontwikkelingslanden. Naast het internetverslag is door de Rabobank Groep een publicatie uitgebracht ‘Ons maatschappelijk ondernemen’, die de inhoud van het internetverslag op hoofdlijnen beschrijft en waarin specifieke dilemma’s worden behandeld. Download hier het volledige Juryrapport (PDF, 1,6 MB).

Omhoog naar overzicht

REED ELSEVIER: very British indeed

Het duurzaamheidsverslag van Reed Elsievier lijkt grotendeels door Reed (de Engelse tak) te worden geschreven. De VBDO trekt deze conclusie omdat Angelsaksische ondernemingen op andere onderwerpen de nadruk leggen. Een voorbeeld hiervan is de sterke nadruk op investeringen in de gemeenschap en in liefdadigheid. In de Angelsaksische wereld hebben ondernemingen een veel grotere rol hierin dan op het Europese vasteland waar deze rol veel meer wordt verwacht van overheidinstanties en ngo’s.
De bespreking van de corporate governance is mager. Er wordt gesteld dat er respectievelijk aan de Britse en aan de Nederlandse code wordt voldaan. Hoe duurzaamheid is geïmplementeerd in de top van de onderneming en welke expertise daarbij aanwezig is, blijft echter totaal onduidelijk. Bovendien is het hoofdstuk over corporate governance niet de plek om te vertellen wat de opbrengsten over het jaar 2004 zijn.
Het verslag gaat voldoende uitgebreid in op de gedragscode. Ook de controle op leveranciers word behandeld, naar aanleiding van de Vendor Code of Conduct die in 2004 werd opgesteld. Er wordt zelfs een voorbeeld gegeven van een praktijksituatie waar Elsevier corrigerend optrad. Het blijft echter bij één voorbeeld. Sterker zou het zijn als een overzicht zou worden gegeven van het aantal keren of het percentage dat corrigerend is opgetreden.
Positief is dat de data in het verslag het grootste deel van de activiteiten van Reed Elsevier dekken. De voorbeelden, zoals het toenemende gebruik van groene energie, zijn echter nog veelal toegespitst op het Verenigd Koninkrijk. Wat er op dit gebied in Nederland of in andere landen gebeurt, wordt niet duidelijk. Een individuele behandeling van de belangrijkste geografische markten zou een toegevoegde waarde zijn in het verslag.
Er is een verbeterslag gemaakt in de milieurapportage, maar er is nog steeds genoeg te verbeteren. De CO2-gegevens zijn ver onder de maat en er zijn geen absolute gegevens. Hetzelfde geldt voor afval. Er worden geen cijfers gegeven en er wordt alleen gemeld dat men de hoeveelheid wil verminderen. Het is raar dat Reed Elsevier vervolgens onder hetzelfde subhoofdstuk verder gaat met de bespreking van de prestaties op het gebied van recycling en dat dit eigenlijk de kern van de sectie is. De link kan gelegd worden, maar is niet vanzelfsprekend. Packaging wordt vervolgens, verrassend genoeg, wel voldoende beschreven en kan als voorbeeld gelden voor de andere onderwerpen.
Sterk punt: Ondanks dit alles moet gezegd worden dat het verslag aanzienlijk is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Een belangrijke reden hiervoor is het aantoonbaar gebruik van de GRI-richtlijnen met als gevolg dat er veel meer relevante prestatie-indicatoren (key performance indicators) worden besproken.

Omhoog naar overzicht

SHELL: nieuwe top, nieuwe rol duurzaamheid

Shell is altijd een interessante onderneming om te analyseren. De gigantische omvang en daarmee het grote gewicht in de AEX zorgt ervoor dat Shell net iets nauwkeuriger wordt gevolgd. De afgelopen jaren was het bedrijf volop in het nieuws naar aanleiding van de kwestie over de oliereserves en mede als gevolg daarvan, de structuurverandering in de top van de onderneming.

De corporate governance stond in 2004 in het teken van de herstructurering waarbij de twee besturen werden samengevoegd tot een centraal bestuur. De rol van duurzaamheid in de bestuursstructuur wordt kort en duidelijk toegelicht, althans bij de commissies onder het topbestuur. Op bestuursniveau wordt niet duidelijk welke competenties het bestuurslid heeft met duurzaamheid in de portefeuille.Tevens wordt niet duidelijk of de duurzame prestaties van de onderneming een onderdeel zijn van de beloning van de bestuursleden.
Wat welkom zou zijn in de printversie is een vertaling van de strategie in doelstellingen op duurzaamheidsgebied. Dit zou in lijn zijn met de bondige en duidelijke opzet van het rapport.
De ‘energie-uitdaging aangaan’ is het centrale thema van Shell in haar verslaglegging. De oplossingen van Shell worden vooralsnog gezocht in het efficiënter, schoner en effectiever uitputten van reeds bestaande bronnen en het zoeken naar nieuwe bronnen.
Een overstap naar schone energie is vooralsnog niet realistisch, aldus Shell. Volgens Shell kan momenteel slechts 1 procent van de wereldvraag naar energie door schone bronnen worden geleverd. De scenario’s voorzien in een groei van 10 procent per jaar, uitgaande van hoge overheidsbijdragen. De enorme toename in de vraag naar energie zorgt er echter voor dat in 2025 nog altijd ‘maar’ 10 procent van de totale vraag door schone energie kan worden geleverd. Dat Shell een teleurstellende, afwachtende houding heeft ten opzichte van duurzame energie blijkt uit de keuze voor de mammoetprojecten waarin Shell de komende jaren veel geld gaat investeren. Daar zit geen project bij op het gebied van duurzame energie.
Dat Shell een afwachtende houding heeft ten opzichte van duurzame energie bronnen wordt ook nog eens duidelijk als men andere bronnen raadpleegt en men de mammoetprojecten tegenkomt waar Shell de komende jaren in gaat investeren. Mammoetprojecten zijn, zoals de naam al verraadt, megaprojecten waar over een langere periode grote investeringen in worden gedaan. Geen van deze projecten heeft betrekking op het verder uitbreiden van de duurzame energie portfolio.

Sterk punt: De behandeling van cases neemt bijna eenderde van de printversie van het Shell Report in beslag. Shell bespreekt de onderwerpen en locaties die van grote invloed kunnen zijn op de reputatie en de financiële prestaties. Het verslag kenmerkt zich verder door de zeer bondige, duidelijke formulering en de vele verwijzingen naar internet. In overleg met de belangrijkste stakeholders is gekozen een aantal onderwerpen te belichten die door hen het meest relevant worden geacht.

Omhoog naar overzicht

SNS REAAL: integer

De SNS Reaal Groep presenteerde in 2005 haar eerste duurzaamheidsverslag, het ‘meedenken & meedoen’ maatschappelijk jaarverslag 2004. SNS Reaal is een niet beursgenoteerde financiële organisatie die zich primair richt op de Nederlandse retailmarkt en daarmee significant verschilt van andere (vaak veel grotere) organisaties die in dit onderzoek zijn opgenomen.
In de bespreking van de divisie SNS Asset Management komt de integrale benadering bij de beoordeling van ondernemingen aan bod. Hierbij worden de sociale-, milieu- en financiële facetten als een samenhangend geheel beschouwd. Deze benadering is niet terug te vinden in het duurzaamheidsverslag van de SNS Reaal Groep. Voor de economische indicatoren wordt in het geheel verwezen naar het financiële jaarverslag.
Hoe de kerncijfers in verhouding staan met eventuele doelstellingen van de onderneming wordt slechts beperkt duidelijk in het verloop van het verslag. In het verlengde hiervan is het ook niet overzichtelijk welke uitdagingen SNS de komende jaren voor zich heeft. Het verslag is vooral beschrijvend, de SNS wordt (sterk) neergezet als duurzame en integere bank. Er worden op gedetailleerde manier verschillende onderwerpen besproken die dit beeld ondersteunen. Bij nagenoeg alleen maar positieve verslaglegging loert het gevaar dat de neutraliteit van het verslag in het geding komt.
Het verslag geeft aan dat SNS Reaal zich uitsluitend richt op de Nederlandse markt en dat de bedrijfsvoering dan ook vrijwel geen impact heeft op onderwerpen als kinderarbeid en mensenrechten. Om deze reden heeft de bank geen specifiek beleid voor deze thema’s ontwikkeld. Daar wordt echter aan toegevoegd dat het inkoopbeleid met betrekking tot deze onderwerpen wel zal worden aangescherpt. Los van het feit dat het moeilijk is om iets aan te scherpen wat er niet is, is het zo dat beleggen in nationaal en internationaal opererende ondernemingen één van de kernactiviteiten is van SNS Reaal. Het is daarom wel degelijk belangrijk om een duidelijk beleid te hebben over onderwerpen als kinderarbeid en mensenrechten.
Sterk punt: SNS REAAL Groep is geslaagd in de opzet om een beeld te schetsen van een integere bank/verzekeraar die, mede via haar dochter ASN Bank (een zogenaamde ethische bank met uitsluitend duurzame producten), zeer actief is op duurzaamheidsgebied.

Omhoog naar overzicht

TNT: Peter Bakkers ambities

In het jaar dat TPG de naam heeft veranderd in TNT is ook voor het eerst een duurzaamheidsverslag geproduceerd, dat bovendien voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering beschikbaar was.
Het duurzaamheidsverslag heeft een interessante insteek. TNT heeft in eerste instantie een heel uitgebreid benchmark-onderzoek gedaan in de sector. Naar dit onderzoek wordt in het verslag regelmatig verwezen, waarbij TNT duidelijk maakt waaraan nog moet worden gewerkt en tegen welke dilemma’s het bedrijf aanloopt. Deze neutraliteit is de grote kracht van het verslag. Door de uitdagingenen transparant te delen met stakeholders raakt TNT de kern van duurzaam ondernemen. Het verdient wel de aanbeveling om de genoemde uitdagingen uit te werken in concretere doelstellingen, zodat stakeholders volgend jaar de prestaties kunnen beoordelen en waarderen.

Een ander punt dat nadrukkelijk in het verslag wordt besproken is de certificering van het managementsysteem. Alles wordt in het werk gesteld om de verschillende entiteiten binnen de onderneming te voorzien van de bekende ISO-, OHSAS- en SA-certificaten. Dit past binnen de strategie van TNT dat men eerst het eigen huis op orde wil hebben alvorens leveranciers aan te spreken op hun beleid.
Natuurlijk is er wel de nodige kritiek mogelijk op het verslag. Kwalitatief schiet het verslag vaak tekort, de verschafte kwantitatieve data wordt niet voldoende ondersteund. Juist de kwalitatieve toelichtingen in een duurzaamheidsverslag geven een onderneming de kans om het verslag een eigen karakter te geven. Ook het profiel van de organisatie is niet helder. TNT lijkt er van vanuit te gaan dat iedereen precies weet wat het bedrijf doet, hoe groot het is, wat de belangrijkste concurrenten zijn en waar het bedrijf zoal actief is.
De uitgebreide vergelijking van de duurzaamheidsprestaties met brachegenoten is weer wel uniek in de Nederlandse duurzaamheidsverslaglegging.

Sterk punt: Over doelstellingen zei CEO Bakker op de aandeelhoudersvergadering het volgende: "We streven ernaar om in de Dow Jones Sustainability Index opgenomen te worden. Vooral de milieuprestaties schieten hiervoor nu nog tekort. Op andere onderdelen wordt wel goed gepresteerd. We hebben hoge ambities, maar kunnen geen toezeggingen doen over per wanneer we in de DJSI opgenomen zullen worden." Slechts enkele maanden later bleek al dat de inspanningen op duurzaamheidsgebied voor TNT hun vruchten afwerpen: in september 2005 werd TNT inderdaad in de DJSI opgenomen en belandde meteen op de eerste plaats in de sector.

Omhoog naar overzicht

UNILEVER: neutraliteit hoog

Unilever kiest ervoor om, net als vorig jaar, het milieuverslag en het sociale verslag apart te publiceren. In 2007 zal een en ander echter worden geïntegreerd, onder meer als gevolg van de continue dialoog met belanghebbenden. Dat is verheugend. Enerzijds omdat het een onderwerp is waar de afgelopen jaren kritiek op was en anderzijds omdat het concreet laat zien dat de stakeholderdialoog van Unilever meer is dan alleen mooie woorden.
De strategische koers van de onderneming heeft gevolgen voor milieu-, sociale- en de economische prestaties van een onderneming. Het risico van individuele publicaties is dat ze resulteren in eenzijdige interpretaties en presentaties van de cijfers. De VBDO erkent overigens dat een volledig geïntegreerd duurzaamheidsverslag makkelijker gezegd is dan gedaan. Unilever verbetert zichzelf tot nu toe met elk nieuw verslag.

Het ketenbeheer wordt uitgebreid behandeld in het milieuverslag. Unilever erkent haar verantwoordelijkheden op dit gebied. Het concern stelt voorwaarden aan de samenwerking met leveranciers en controleert op de naleving hiervan. Ook wordt een risico-evaluatie gedaan bij de selectie van nieuwe leveranciers. Hoe de controle er in de praktijk uit ziet wordt niet duidelijk in het verslag. Op de aandeelhoudersvergadering vertelde CEO Antony Burgmans dat Unilever voor het einde van 2005 van alle directe leveranciers wil weten of zij de leverancierscode willen onderschrijven. Maar of dat voor het einde van het jaar inderdaad gaat lukken is nog de vraag, liet Burgmans doorschemeren. VBDO is erg nieuwsgierig naar de voortgang hierop aangezien ongeveer de helft van Unilevers omzet voor rekening van haar leveranciers komt. Voor de toekomst zal de VBDO willen weten op welke wijze Unilever gaat controleren of deze leveranciers ook echt aan de code voldoen. Ook is nog niet bekend wat gaat gebeuren met leveranciers die níet aan de code voldoen.
De onafhankelijke verificatie is één van de onderwerpen die zwaarder wordt meegewogen in deze VBDO Transparantie Meetlat. De verificatie van het verslag van Unilever is uitstekend. De doelstellingen van de verificatie worden genoemd, belangrijke accountingprincipes (onder andere de compleetheid en de accuraatheid) worden bondig behandeld en er worden suggesties voor verbetering gegeven.
Unilever blijft terughoudend in het gebruik van GRI-richtlijnen, ondanks het feit dat deze steeds breder erkend worden als de globale standaard voor duurzame verslaglegging. Het standpunt van Unilever is deels te verklaren door het feit dat de huidige verslagleggingmethodiek al van hoog niveau is. Het bemoeilijkt voor de VBDO, beleggingsanalisten en andere stakeholders wel de vergelijking met de duurzaamheidsprestaties van andere ondernemingen.
Het sociale verslag heeft een stakeholder-benadering, dat wil zeggen dat per hoofdstuk de relatie van Unilever met één van haar stakeholders wordt toegelicht. Dit wordt over het algemeen gedegen gedaan. Unilever zou wel meer aandacht mogen besteden aan de werknemers die hun baan kwijtraken als gevolg van de doorzettende stroomlijning van de onderneming. Het personeelsbestand is sinds 2001 met meer dan 50.000 verminderd. Een aanzienlijke percentage op het totaal bestand van 227.000 in 2004. Het volstaat dan niet dat in het verslag bijna terloops wordt gemeld dat het bedrijf goed zijn best doet om deze mensen eerlijk te behandelen. Het grootste manco van de verslaggeving is het ontbreken van een hoofdstuk over corporate governance binnen de onderneming en dan natuurlijk gericht op de expertise die al dan niet aanwezig is in de bedrijfstop over duurzaam ondernemen.

Sterk punt: Unilever werkt in het milieuverslag erg goed met doelstellingen. De milieustrategie is duidelijk, de strategie is vertaald in meetbare doelstellingen en eerder vastgestelde doelstellingen worden geëvalueerd. Bovendien kent het verslag van Unilever een hoge mate van neutraliteit. Naast alle positieve resultaten wordt ook erkend dat bepaalde doelstellingen niet gehaald zijn. De evaluatie van de doelstellingen is nog wat mager. Het wordt niet in een strategische context geplaatst. Hiermee wordt gelijk het gevaar van aparte publicaties duidelijk. Een volledig geïntegreerd duurzaamheidsverslag presenteert de resultaten van de strategische koers die de onderneming heeft ingeslagen.

Omhoog naar overzicht

WOLTERS KLUWER: statisch

Wolters Kluwer kwam over 2004 voor het eerst met een duurzaamheidsverslag. Een belangrijk proces dat deze publicatie mogelijk heeft gemaakt is de reorganisatie. Het bedrijf is de afgelopen jaren van een gedecentraliseerde financiële holding naar een meer gecentraliseerde organisatie gegaan. Het doel is om een ‘Wij zijn Wolters Kluwer’ winners mentaliteit te ontwikkelen. Deze mentaliteit zal zich onder andere vertalen in het duurzaamheidsverslag.
Het verslag is een eerste poging en moet ook duidelijk zo gezien worden. In principe komt het niet in aanmerking om in deze recensies meegenomen te worden omdat de verschafte informatie in veel gevallen niet de vereiste tachtig procents ondernemingsdekking haalt. Het verslag wordt door de VBDO echter wel gezien als stap in de goede richting en is daarom toch beoordeeld.
Juist omdat duurzaamheidsverslaglegging nog in de kinderschoenen staat zou men een grotere mate van neutraliteit verwachten. Dit valt tegen. Wolters Kluwer is niet zelfkritisch in het verslag. De uitdagingen, die er ongetwijfeld zijn, worden niet duidelijk toegelicht. Verder is het verslag veelal beschrijvend; de huidige situatie wordt beschreven zonder dat er concrete doelstellingen aan verbonden worden. Hierdoor komt het verslag statisch over.
De corporate governance van Wolters Kluwer is conform de code Tabaksblat opgesteld. De rol van duurzaam ondernemen is echter niet duidelijk. Duurzaam ondernemerschap is weliswaar in de portfolio opgenomen van één van de leden van de raad van bestuur, maar welke specifieke kwaliteiten de persoon in kwestie heeft op het gebied van duurzaam ondernemen wordt niet duidelijk. Hoe duurzaam ondernemen verder in de organisatiestructuur is of wordt geïntegreerd is eveneens niet duidelijk. Het wordt ook niet duidelijk of de duurzame prestaties als variabele zijn meegenomen in de beloning.
Wolters Kluwer stelt dat het een kantoororganisatie is en dat daarom tot op heden slechts dertien van de lokale ondernemingen een milieumanagement-systeem onderhouden. De data in het verslag is de eerste ondernemingsbrede verzameling van milieudata. Wolters Kluwer heeft wel de intentie om op dit gebied verbeteringen door te voeren.
De milieuverbeteringen in het afgelopen jaar zijn gevolgen van beslissingen van strategische (financiële) aard. Het is natuurlijk zo dat, als gevolg van een substantiële inkrimping van het personeelsbestand, en dus ook de kantoorruimte, de milieubelasting minder wordt. Dit lijkt echter niet een bewust duurzame actie en kan zelfs pijnlijk overkomen voor één van de belangrijkste stakeholders van iedere onderneming, de werknemer. Ook de efficiency-slag om de hoeveelheid kantoren te verminderen door de werkruimte per werknemer te reduceren komt niet over als een werknemervriendelijke beslissing. Een doelstelling om de hoeveel gebruikte gerecycled papier van 1,5 procent omhoog te schroeven naar pakweg 5 procent in 2006 zou meer tot de verbeelding spreken.

Omhoog naar overzicht

Het geheel of gedeeltelijk overnemen van tekst en tabellen is toegestaan, mits de bron volledig vemeld wordt (VBDO). De cijfers in deze publicatie zijn zo zorgvuldig mogelijk opgesteld. De samenstellers aanvaarden echter geen aansprakelijkheid voor gebruik ervan door derden.